'LTO Noord zet zich daar met een lobby van bovenaf voor in’, stelt Nico Verduin.
Zelf beheert de algemeen bestuurder en voorzitter van LTO Noord regio West 30 hectare natuurgrond voor zijn schapenbedrijf. ‘Ik herken de opmerking van pachters dat het niet vanzelf goed gaat.’ Daar moet verandering in komen. Het stappenplan op de website van LTO Noord kan daarbij de helpende hand bieden. ‘We kregen een lange reeks van onsamenhangende signalen binnen en daar hebben we nu samenhang in gebracht’, zegt Verduin.
Dit alles kent zijn oorsprong zo’n twee jaar geleden. De samenwerking tussen boeren en verpachters van natuurgronden zou niet optimaal werken. Dat vroeg om een ‘verdiepingsslag’. Een onderzoek en een enquête met een diversiteit aan vragen volgden.
Het vormde de basis voor het opgestelde stappenplan dat vijf focuspunten kent. Twee ervan zijn gericht op geld. Dan gaat het over gelden uit het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL) en subsidie uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB).
GLB-geld voor de boer
‘Bij het SNL gaat het om natuurbeheergeld vanuit het Rijk. Daar zit een beheerdeel voor grond in. Dus voor maaien, weiden en afrastering zetten. Dat geld hoort naar de uitvoerder te gaan, de boer dus. Maar in de meeste gevallen verdwijnt het in de grote pot van de terreinbeherende organisaties (TBO’s)’, legt Verduin uit.
‘Het GLB-geld komt vanuit Europa en is alleen door een boer aan te vragen. In 10 procent van de gevallen wordt het verstrekte GLB-geld door de TBO boven op de pachtprijs gezet, zodat de boer het dus eigenlijk afstort naar de TBO. Terwijl GLB-vergoeding altijd voor de grondgebruiker/boer is’, vervolgt de LTO Noord-bestuurder.
Structuur is een ander sleutelwoord in het stappenplan. Zowel voor de monitoring en afstemming over het natuurresultaat als voor de gebruiksvoorwaarden en het gebruiksdoel van de natuurgronden. ‘Wat mag je verwachten van de ander? Natuur moet zo goed mogelijk worden beheerd, maar het moet ook kunnen worden ingepast in het bedrijf. We kregen terug dat vaker natuurdoelen worden aangepast zonder met de boer te overleggen. Dat werkt natuurlijk niet’, benadrukt Verduin.
En dan is er nog de discussie over de termijn van het contract. Die blijkt doorgaans van korte duur. ‘Dat is funest voor de ontwikkeling van natuur. Dat gaat over decennia en niet over jaren. Maar het is ook funest voor het bedrijf. Om te investeren moet je wel zekerheid hebben’, stelt de LTO Noord-bestuurder.
Verduin ziet dat verschillende zaken wel worden (h)erkend, maar dat de verandering nog moet komen. ‘We hebben wel iets blootgelegd en pijnlijk duidelijk gemaakt dat het op de huidige manier niet goed werkt. Ons doel is om het evenwicht te herstellen tussen pachter en verpachter door in gesprek te gaan op basis van gelijkwaardigheid. We hebben een dialoog nodig en geen dictaat.’
Bekijk hier het stappenplan
Bron:
Tekst: Sacha Wunderink, Nieuwe Oogst | Foto: Marcel Rob